Bladluizen vinden voeding in rozenknoppen

Bladluizen vinden voeding in rozenknoppen

Rozen en bladluizen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en dat zal altijd zo blijven. De kunst is om daar handig en vriendelijk mee om te gaan. Verdiep je niet te veel in de aanschaf van afdoende biologische en/of chemische bestrijdingsmiddelen of het maken van het hardnekkige foute recept van ‘grootmoeder’: zeepwater en spiritus mengen en over uw rozen spuiten.
Ga nadenken over een regulering van dit natuurverschijnsel. De bladluizen zijn met zeer velen, hebben vaak vleugeltjes én zijn heel actief en jij staat er triest naar te kijken terwijl je wel iets kan doen!

Wat kan je dan doen?

Rupsen en bladluizen op R. Acapella -20160521Voor een groot deel gewoon accepteren en soms jouw natuur volgen en het teveel aan bladluizen van je rozenknoppen, bloemstengels, jonge takken, onderzijde bladeren secuur met een plantenspuit, gevuld met koud water, met kracht wegspuiten.
Dit werkt in een kleine tuin goed, met veel herhalen, maar in een grote tuin is dit natuurlijk onbegonnen werk. Dan is het meer vertrouwen hebben in de natuurlijke ‘vijanden’ van de bladluis zoals: lieveheersbeestjes en haar larven, insecten als de groene gaasvlieg en kleine vogels zoals het roodborstje, winterkoninkje en merel die heel veel bladluizen eten. De larven en, na verpopping in circa 2 à 3 weken, de lieveheersbeestjes samen met de groene gaasvliegen eten ieder tussen de 200 tot 600 luizen per dag.

Het luizenfeest start bij de ontwikkeling van de knoppen, het voedselrijkste bovenste deel wordt instinctief gevonden van de roos in mei, en het aantal neemt later vanzelf weer af wanneer de rozen vol gaan bloeien.

Deze praktische benadering om je rozen te beschermen tegen té veel luizen is geen onderkenning van de soms vervelende verschijnselen die met deze opdringerige luizenkoppen te maken hebben. Tijdens het onttrekken van plantensappen met hun stekende en zuigende monddelen kunnen virussen de roos treffen. Ook de ‘afscheiding’ door de bladluizen van het zoetige honingdauw veroorzaakt plakkerigheid op de bladeren, en dit kan schimmelvorming veroorzaken zoals roetdauw. Wanneer er te hoge concentraties bladluizen op de jonge knoppen zitten, kan je er ook voor kiezen om, heel selectief en met mate, het bovenste deel van de plant weg te knippen en af te voeren. Dat scheelt direct soms honderden luizen en de tak- en knopvorming groeit echt wel door.
Wanneer je met de juiste grondvoeding de planten een gezond leven bezorgt, dan is de weerstand tegen bladluizen voldoende aanwezig, laat ze maar gezellig meeliften in de natuurlijke balans.

Met de huidige kennis over rozen door kwekers, de keuringen die jarenlang plaatsvinden en de verbeterde weerbaarheid van rozen tegen ‘ziekten’, blijft het nuttig om op de hoogte te blijven met welke natuurverschijnselen een rozenliefhebber te maken heeft en hoe je ‘aanvallen’ op jouw rozen met gezond verstand en/of biologische of chemische middelen kan voorkomen of verhelpen.

Een gedegen overzicht geeft het Groenkennisnet, een project van Wageningen University & Research en veel onderwijspartners.
Voor de roos vindt je een mooi overzicht op deze website van ziekten en plagen met oplossingsrichtingen – wiki.groenkennisnet.nl

De foto’s op deze pagina geven een beeld uit de praktijk waarbij géén ‘bestrijding’ is toegepast. Soms wat rupsen uit de planten gehaald en elders neergezet met het idee ‘ik doe en voorkom wat’.
R. Double K.O. met larve Lieveheersbeestje en bladluizen - 20150615 R. Just Joey met larve Lieveheersbeestje en mier - 20160603 R. Rhapsody in Blue met bladluizen op de kleine knop en larve - 20150604 R. Friesia met Schuimcidaden - 20150604
R. Rhapsody in Blue en daaromheen knoppen met een beperkt aantal bladluizen - 20150605
De meeste rozenknoppen doorstaan het bezoek van bladluizen en wanneer ze bloeien verdwijnen de beestjes. Op de onderste foto een acceptabel aantal bladluizen op de knoppen van R. ‘Rhapsody in Blue’ terwijl de bloem er prachtig uitziet. Denk vooral aan het nut van je rozentuin als voedselbron voor bijen, hommels, zweefvliegen en dansende vlinders!

Hans Homburg – 10 februari 2017