Geschiedenis NRV

Geschiedenis NRV

Bijgaand treft u de geschiedenis van de Nederlandse Rozenvereniging aan zoals verwoord door de heer Frans W. Wegman.  De tekst is afkomstig uit het jubileumboekje zoals dat door de Nederlandse Rozenvereniging is uitgegeven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan (te vieren op de Nationale Rozendag op 12 en 13 juli 1991).

Terug naar de bakermat

Het ontstaan
‘De vereniging werd opgericht in een op 17 september 1966 onder voorzitterschap van de heer Mr. G.J. de Lint in het Paviljoen Westbroekpark te ‘s-Gravenhage gehouden vergadering, waaraan door 17 personen werd deelgenomen.’

Een droog citaat uit een verslag dat in de beginjaren van de Nederlandse Rozenvereniging is opgesteld.
Als je dat zo leest dan lijkt het dat er niets aan vooraf is gegaan. Net of twee dames en een heer op een zomernamiddag onder het genot van een glaasje besloten een vereniging op te richten.

De geschiedenis van de Nederlandse Rozenvereniging door Frans W. Wegman
Nou, zo was het niet. Er was namelijk iets aan de hand rondom het toen al zo aantrekkelijke Westbroekpark en het daarin gelegen rosarium, waar vanaf 1961 jaarlijks het internationale rozenconcours werd gehouden. Het secretariaat hiervan berustte bij de hoofdambtenaar van de Dienst der Gemeenteplantsoenen te ‘s-Gravenhage, de heer W.F. Koppeschaar. Hij heeft dit tot 1977 gedaan. (Marriët Edelman is daarna die kar gaan trekken. Zij is nu eindredacteur van het Rozenbulletin van onze vereniging).

In het archief van de Nederlandse Rozenvereniging trof ik aan een ‘Nota over Rozenverenigingen’, ondertekend door W.F. Koppeschaar en gedateerd 18 oktober 1965. Geconstateerd werd dat de situatie in Nederland op dat tijdstip zo is:
‘De vereniging Ter Bevordering der Rozenteelt ‘de Roos’ werd in 1891 onder de naam ‘Vereniging ter Bevordering der Rozenteelt ‘Nos Jungent Rosae’ opgericht en verkreeg in 1910 rechtspersoonlijkheid, in 1965 bestaat de vereniging 74 jaar.’
Hiervan konden alleen boom- en bloemkwekers lid zijn. Doel was het bevorderen der rozenteelt door de leden- kwekers. Voorzitter is de heer R. Buisman te Heerde. Het aantal leden is dan 56.

Koppeschaar vermeldt voorts:
‘Vroeger konden ook particulieren lid van de vereniging worden. in vroeger jaren, toen nog veel eigenaren van buitenplaatsen tot de leden behoorden, heeft de vereniging een bloeiend bestaan geleid. Geruime tijd echter vôôr de tweede wereldoorlog liep de activiteit reeds belangrijk terug en bereikte in de oorlog het nulpunt. In de bloeitijd van de vereniging is het ledental echter nooit groter geweest dan ca. 200. Veel belangstelling bestond in die tijd voor ‘Rosarium’, destijds het orgaan van de vereniging.
Er waren toen nog mensen, die bereid en in staat waren het blad te vullen met lezenswaardige kopij. Wanneer de uitgave van ‘Rosarium’ is gestaakt is mij niet bekend.’

Hij vermeldt voorts dat het bestuur in 1960 besloot tot het organiseren van voorlichtingsdagen over rozen (op voorstel van de heer Buisman — let op die naam! Wgn.) om weer belangstelling voor de rozenteelt in het algemeen en voor de vereniging ‘de Roos” in het bijzonder te wekken. In Venlo werd de eerste voorlichtingsdag een succes. Maar de tweede in Aalsmeer waar vele kasrozenkwekers zijn gevestigd, van wie toch belangstelling mocht worden verwacht’ liep echter op een mislukking uit. ‘Slechts het voltallig bestuur was aanwezig’

Ook maakt de heer Koppeschaar nog melding van een ‘Amateur-rozenclub’, waarvan het secretariaat is gevestigd bij de Rijksconsulent voor het Volkstuinwezen, ir. C.L.W. Ruys. Leden werd zo nu en dan een stencil gezonden waarin op liefhebbers afgestemde artikelen over rozen. In het laatst verschenen stencil (mei 1965) werd opgemerkt, dat van een overvloedige aanwas van leden van de Amateurrozenclub helaas nog geen sprake is.

Na de anderhalve pagina over de Nederlandse situatie weet Koppeschaar nog tweeëneenhalve pagina te vullen over de rozenverenigingen in Duitsland, Engeland en Frankrijk, die ik hier even buiten beschouwing laat, hoe interessant ze ook zijn.

Waarom stelt Koppeschaar deze nota op?

Donkere wolken
Er trekken zich namelijk donkere wolken samen boven het Westbroekpark en zijn rosarium! Niets is toeval, immers. Het deftige ‘s-Gravenhage heeft in die jaren een wethouder van Verkeer, Vervoer met daaraan geplakt de Plantsoenendienst, die heel het Westbroekpark en z’n rozentuinen wil opdoeken omdat ze te kostbaar worden. Aldus mijn zegsman, die stelt dat de man ook Financiën kan hebben beheerd. ‘t Is al weer een tijdje terug, nietwaar? Aan wie is die nota gericht geweest?
Op 18 oktober 1965 stuurt de heer Koppeschaar zijn werkstuk aan Mr.dr. W.K.J.J. van Ommen Kloeke, Wethouder van Economische Zaken in Den Haag. Met het briefje:
‘Teneinde U te kunnen oriënteren op de nog te voeren besprekingen over de oprichting van een rozenvereniging zend ik U hierbij op verzoek van de heer Rijnveld een nota over de in Nederland, Frankrijk, Engeland en Duitsland bestaande rozenverenigingen.
De genoemde heer I. Rijnveld is Directeur van de Dienst Gemeenteplantsoenen De brute plannen van wethouder Dankelman hebben namelijk tot gevolg gehad dat een aantal opponenten de hoofden bij elkaar heeft gestoken! Want Westbroekpark èn rosarium op de mestvaalt, dat mocht niet gebeuren! Er moest actie tegen worden ondernomen. In een jaar kan er veel gebeuren: er werd een soort actie-comité in het leven geroepen dat op 17 september 1966 officieel ‘Nederlandse Rozenvereniging’ heette.
Het bestuur was als volgt samengesteld:
Mr.dr. W.K.J.J. van Ommen Kloeke – voorzitter
Mr. G,J. de Lint – vice-voorzitter
I. Rijnveld – secr. penningmeester
Mej. C.M. Cremers – lid
R. Buisman – lid
Hier komen we ook weer de naam van de rozenkweker Buisrman tegen! Mej. Cremers was tuinarchitecte te Wassenaar. En de heer De Lint, lid van de gemeenteraad, heeft nog vele jaren aanwezig kunnen zijn bij de rozenconcoursen in het mede door zijn steun behouden gebleven Westbroekpark mèt rosarium. Want we mogen uit de mond van een der initiatiefnemers optekenen:

‘Als vereniging betekenden we eigenlijk niks, maar we hebben wèl zoveel lawaai gemaakt dat die plannen niet doorgingen!’

Tientallen jaren nadien kan het rozenminnende publiek nog steeds van de exclusieve rozenpracht in dat schitterende Westbroekpark genieten. Wij zijn die actievoerders van toen veel dank verschuldigd!

Die eerste jaren
Zeventien personen namen deel aan de oprichtingsvergadering op 17 september 1966, onder voorzitterschap van Mr. G.J. de Lint in het Paviljoen Westbroekpark te Den Haag. Daar waren ook personen bij die in een later stadium de vereniging nog hebben gediend. Zoals oud-wethouder F. Bastet, die jarenlang penningmeester is geweest. Ook moet de naam van Doorenbos, oud directeur Plantsoenendienst, worden genoemd die zulke voortreffelijk gedocumenteerde excursies kon leiden. Voor een rondleiding langs de collectie oude rozen (toen nog) in het Zuiderpark kwamen de leden van heinde en ver.

Voortgekomen uit een actie-comité liet de vereniging er geen twijfel over bestaan waarôm ze tot leven was geroepen:
‘De vereniging is opgericht op grond van de overweging, dat rozen van oudsher in de publieke belangstelling staan, een belangstelling, die nog onverminderd voortduurt en mede in het kader van de vrijetijdbesteding nog toeneemt. De grote interesse voor het internationale rosarium in het Westbroekpark in Den Haag, de belangrijkste rozenverzameling in ons land, was daartoe mede aanleiding.’
Aldus schrijft secretaris I. Rijnveld in een brief, waarin hij de oprichting van de Nederlandse Rozenvereniging wereldkundig maakt (Datum poststempel — oplaag 50 stuks). Met aanmeldingskaart voor het lidmaatschap. Contributie f 10,— per jaar.
Op 30 september ‘66 stelt Rijnveld zijn voorzitter een mogelijkheid voor om aan kasgeld te komen; ter bestrijding van portokosten, briefpapier, enveloppen e. d.:
‘De meest voor de hand liggende oplossing lijkt mij dat de vijf bestuursleden ieder hun contributie voor 1967 èn 1968 vooruit betalen. De penningmeester heeft dan voorlopig de beschikking over een bedrag van f 100,—’
Zo schrijft Rijnveld.
Op 26 januari 1967 heeft een bestuursvergadering plaats. De eerste. Uit het samenvattend verslag blijkt o.a. dat er 37 leden zijn. Ten behoeve van verdere ledenwerving zeggen de kwekers Buisman en De Wilde toe hun adressen ter beschikking te stellen. Buisman stelt ook een bedrag van f 500,— ter beschikking, om de kosten op te vangen. Zo lang de vereniging nog geen tijdschrift uitgeeft zullen de leden door middel van stencils van documentatie over rozen worden voorzien. Voorgesteld wordt deze stencils in maart, mei en oktober te verzenden.
Besloten wordt op zaterdag 24 juni ‘67 een excursie onder geleide te organiseren naar de rozencollectie in het Westbroekpark. (Gesproken wordt ook over het organiseren van een fotowedstrijd voor het publiek.)
Mededeling wordt gedaan dat koninklijke goedkeuring is verkregen op de statuten en het huishoudelijk reglement (Wat maar liefst f 110,— kostte).
Artikel 3 van die statuten is o.a. van belang. Het omvat de uiteindelijke doelstelling van de vereniging:
‘… stelt zich ten doel het bevorderen van de belangstelling voor en de kennis van rozen; het verstrekken van voorlichting aan haar leden over aanbevelenswaardige sortimenten, cultuur, verzorging e. d. met als achtergrond het rosarium in het Westbroekpark.’
Aldus vertaalde Rijnveld dit artikel 3 in zijn wervingsbrieven.
Op 24 mei 1967 is er weer een bestuursvergadering. Drs. Bogaardt, destijds burgemeester van Rijkswijk Z.H., die bekend stond wegens de grote aantallen rozen die hij in zijn gemeentelijke plantsoenen deed aanplanten, wilde het voorzitterschap van de Raad van Bijstand op zich nemen, zo kon worden medegedeeld. Deze Raad moest de groei van het ledental bevorderen.  Er werden 45 kwekers benaderd met het verzoek de vereniging een financiële bijdrage te schenken. Van 9 werd een gunstige reactie ontvangen, resultaat: een bedrag van f 1.250,— Niet mis voor die tijd.
Op 5 mei 1967 blijkt het eerste mededelingenblad aan 38 leden te zijn verzonden.
Gesproken wordt over samenwerking met rozenverenigingen in het buitenland.

Eerste ledenvergadering
De eerste ledenvergadering wordt gekoppeld aan de excursie in het Westbroekpark, die onder leiding staat van de heer Quint (Hoofd buitendienst Plantsoenen). Datum: 24 juni ‘67. De lunch is voor eigen rekening. Aan het verslag van deze eerste ledenvergadering ontlenen wij het volgende:
— Van het ledental van 42 zijn er 14 ter vergadering aanwezig.
— De voorzitter ziet als nuttige functie van de vereniging:
‘bindend element te zijn tussen de liefhebbers van rozen onderling, als achtergrond voor het internationale rosarium annex rozenconcours in Den Haag en als intermediair tussen rozenproducenten en -consumenten.’
— Het voorlopige bestuur wordt door de ledenvergadering definitief bij acclamatie benoemd.
— Diverse leden komen met suggesties voor activiteiten, o.a. voor een bezoek aan de driedaagse snijrozententoonstelling te Aalsmeer, waarvoor met Ir. J. van Doesburg overleg zal worden gepleegd. Ook de kwekerij van Buisman en de rozencollectie te Wageningen komen op het programma. ‘De heer R. Herwig pleit voor aanplant van stamrozen in het Westbroekpark’, lezen we ook.
— In Herwig’s boekje ‘Rozen in uw Tuin’ zullen aanmeldingsformuliertjes worden gelegd.
— Ook in de catalogus van het rosarium Westbroekpark komt zo’n bijsluiter.
— Besloten wordt een prijs van f 100,— beschikbaar te stellen voor de leiroos die in de afdeling B van het internationale rozenconcours het hoogste aantal punten behaalt. (Dat wordt tot tweemaal toe ‘Parkdirektor Riggers’ van Kordes — toen al Kordes.
— de naam ‘Nederlandse Rozenvereniging’ is opgenomen in Pyttersen’s Nederlandse Almanak.
Voorts is er in het verenigingsarchief een overzicht over de eerste twee jaar van de Nederlandse Rozenvereniging, waaruit o.a. blijkt dat er tot 31 december ‘68 vijf maal een mededelingenblad is verschenen, dat overigens totaal niet leek op uw huidige Rozenbulletin.
In die twee jaar werden er aan 10 leden adviezen over rozen verstrekt. Er waren er 64.
Op 76-jarige leeftijd is de heer R. Buisman overleden. ‘Een vooraanstaand figuur in de rozenwereld, mede-oprichter van de vereniging is heengegaan’ zo schreef de heer I. Rijnveld (secretaris) terecht. Hij besluit:
‘De vereniging begint nu tot leven te komen, Het begin was niet gemakkelijk, maar er heeft zich nu een kern van leden gevormd, op basis waarvan verder kan worden gewerkt. (…) Wellicht zal de Nederlandse Rozenvereniging niet een in verhouding gelijke omvang verkrijgen als soortgelijke organisaties in andere landen, maar ook een kleine vereniging zal nuttig werk kunnen doen om de belangstelling voor en de kennis van rozen te helpen bevorderen’.

Buitenlandse rozenverenigingen
Bepalen we ons tot het rapport dat de heer Koppeschaar in 1965 opstelde, dan was de situatie in de ons omringende landen in het kort:

Duitsland De belangrijkste is hier de ‘Verein Deutscher Rosenfreunde’, opgericht in 1883! Ledental ca. 2600.’ Hier wordt het tijdschrift ‘Rosenbogen’ uitgegeven, toentertijd onder redactie van Oskar Scheerer, directeur van gemeenteplantsoenen te Zweibrücken. In het verenigingsblad worden al kleurenafbeeldingen afgedrukt! Behalve dit blad wordt ook een jaarboek uitgegeven. ‘Het peil van de artikelen in het Engelse jaarboek ligt over het algemeen hoger’, meent Koppeschaar. In Baden-Baden worden internationale rozenkeuringen gehouden.

Engeland Hier werd de ‘Royal National Rose Society’ al in 1876 opgericht! Op 1 januari 1965 bedroeg het ledental maar liefst 97.800! ‘Het is duidelijk een vereniging van ‘standing’, vertelt Koppeschaar,’ die voortreffelijk en met Engelse degelijkheid wordt geleid (…) De voorzitters worden doorgaans gekozen uit notabelen, die het zich kunnen permitteren enthousiaste rozenliefhebbers te zijn en daarvan dan ook duidelijk blijk geven’.
Vermoedt hij in Duitsland nog enige rozenclubs in Engeland is hij zeker van het bestaan van vele plaatselijke en regionale rozenclubs. Er worden veel tentoonstellingen georganiseerd. Jaarlijks verschijnt een goed verzorgd en ‘met voortreffelijke kleurenafbeeldingen geïllustreerd jaarboek. Vele artikelen zijn geschreven door belangrijke rozenkwekers en -specialisten, die daarvoor in Engeland blijkbaar wel tijd kunnen vinden’, merkt hij op.
In het rosarium van St. Albans worden de jaarlijkse rozen- keuringen gehouden.

Frankrijk Van de vele plaatselijke en regionale rozenverenigingen is de ‘Société Française des Roses’ de grootste en belangrijkste zegt Koppeschaar in 1965.
Het ledental kent hij niet exact maar ‘het moet wel groot zijn, te oordelen althans naar de aanwas, die elk kwartaal in het tijdschrift ‘Les Amis des Roses’ staat vermeld’. Er worden tentoonstellingen ingericht èn rozenkeuringen in Bagatelle, Orléans, Saverne en Lyon. In de laatste plaats gaat het om de beste roos van Franse herkomst.

Tot zover het uitstapje over de grens in 1965, waarbij van een rozenvereniging in het nabije België niet wordt gerept. Bestond deze toen al?

De latere jaren
Uit de documentatie van ons secretariaat maak ik op dat het eerste secretariaat van de Nederlande Rozenvereniging gevestigd was aan het Huygenspark in Den Haag, bij de Dienst Gemeente Plantsoenen.
Van 1968-1972 beschikte ik niet over vergaderingsverslagen, tot er één stuk, gedateerd 4 augustus 1972, aanwezig bleek:
de uitnodiging voor de 2de Nationale Rozendag. Daar staat als secretariaat boven: K.N.M.T.P., Elandsstraat 42, ‘s-Gravenhage.
Een samenwerking met de Koninklijke Maatschappij, die tot op heden voortduurt in het rosarium, en waarmee we heel gelukkig zijn. Ook zijn geweest, destijds.
Bij de uitnodiging voor de 2de Nationale Rozendag op zaterdag 26 augustus 1972 (kort dag, gezien de datum 4 augustus van de uitnodiging!) zijn enkele opmerkelijke bijlagen gevoegd. Opmerkelijk, omdat Bijlage 1 begint met een overzicht te geven van de wordingsgeschiedenis van de vereniging. Daarin wordt o.a. gesteld:
‘Met een kleine 150 leden hebben wij nu evenwel de beginfase achter de rug en wordt het tijd, dat uit de ledenkring zèlf initiatieven voortkomen om het begonnen werk voort te zetten en uit te bouwen’

Na zo’n zeven jaar wilden degenen die over waren van het oprichtingsbestuur opstappen. Mannen als Van OmmenKloeke (voorz.), Rijnveld (vice voorz.) en Koppeschaar (secr. penningmeester) maakten plaats voor een nieuw bestuur met — voor ons — reeds bekende namen. (De heer Wassenaar ‘deed’ onze administratie bij de
K.N.M.T.P.)
Als nieuwe bestuursleden werden voorgesteld:
Mr. G.J. de Lint, die dus al eerder deel van het oprichtingsbestuur had uitgemaakt;
Mevr. E. Canneman-Philipse, van Walenbroek te Neerlangbroek,
C. (Stan voor intimi) Van den Berg, boom- en rozenkweker, en voorzitter van de Vereniging ter Bevordering van de Rozenteelt ‘De Roos’ en
G.P. Ilsink, boom- en rozenkweker te Doorn.
Of de voorgestelde personen inderdaad op 27 augustus 1972 in de rozenzaal van het paviljoen Westbroekpark door de opgekomen leden in het bestuur zijn gekozen is me niet bekend. Zelf loop ik pas de laatste tien jaar mee, zodat mijn herinnering niet zo ver teruggaat. Op bij wie dat wèl het geval is doe ik hier dan ook graag een beroep, om de geschiedschrijving van de Nederlandse Rozenvereniging van 1972 af tot heden af te maken.
Met dank voor uw aandacht tekent

Frans W. Wegman


Rozenbottelsaus
250 gr rozenbottels
Is 1 room.
30 gr suiker
8 eetlepels port
sap van ½ citroen
zout, cayennepeper
De gewassen rozenbottels mengen met room en port, daarna de saus flink op smaak brengen met weinig zout en royaal cayennepeper.
Met suiker en citroensap afmaken. Een deksel op de kom leggen en 5 minuten de tijd geven om de ingrediënten te laten ‘trouwen’.

Rozenbottelsaus is heerlijk bij veel wildgerechten; ze is in minder dan geen tijd gemaakt.