Rosarium Oudwijk Utrecht

Rosarium Oudwijk Utrecht

Het rosarium te Utrecht ligt in of liever juist buiten het Wilhelminapark (noot 1). In de jaren 1887 en 1888 kocht de gemeente Utrecht de buitenplaatsen Het Hogeland en het Oudwijkerveld aan om er aantrekkelijke woningen voor de gegoede burgerij te bouwen. Een park maakte hier deel van uit. De landschapsarchitect H. Copijn won de prijsvraag voor de inrichting van het park, dat ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 omgedoopt werd tot Wilhelminapark. In 1913 werd het park uitgebreid met een rosarium naar ontwerp van J.J. Denier van der Gon, sinds 1893 plantagemeester van het park (noot 2).

Plattegrond Rosarium Oudwijk Utrecht - hoort bij artikel van Tjitske Brolsma

Het initiatief kwam van de vereniging ‘Nos Jungunt Rosae’, die in april 1910 een brief zond aan het college van Burgemeester en Wethouders van Utrecht met daarin onder meer de volgende strofe: ‘Zooals uw college mogelijk bekend is, worden in de landen, waar de rozencultuur bloeit, door de leidende rozenvereenigingen met medewerking der Gemeentebesturen Rosaria aangelegd, voorzien van de beste, voor het betreffende klimaat gebleken rozen, welker qualiteiten tevoren op daarvoor speciaal aangelegde proefvelden worden onderzocht.’ en voorts: ‘Onze Vereeniging nu heeft gemeend het voorbeeld van hare zustervereenigingen in het buitenland te moeten volgen, nu de rozencultuur de laatste jaren ook in ons Nederland in zoo sterke mate is vooruit gegaan’ (noot 3).

De vereniging vroeg de gemeente een terrein van circa één hectare voor tien jaar in bruikleen te geven. NJR zou dan een plan opstellen, de rozen leveren en het planten en onderhouden ervan verzorgen. De gemeente stemde in met het voorstel, zij het niet zo snel als de vereniging had gehoopt. Met name het ‘rooien van hinderlijke bomen’ leidde tot een verschil van mening, maar in maart 1912 kon met de aanleg van het park worden begonnen. Niet alleen hadden B&W last gegeven tot het rooien van bomen, ook lieten zij een waterleiding en een fontein aanleggen. In het januarinummer van 1913 van Rosarium werd de plattegrond van het Utrechtse rosarium afgebeeld en was een lijst van de te planten rozen opgenomen (noot 4).

Over de beplanting valt te lezen: ‘De hoofddeelen van ‘t park zijn wat de stuikrozen aangaat, ieder zoveel doenlijk in dezelfde tint gehouden; de stamrozen daarintegen zijn in verschillende kleuren gekozen, teneinde eene gewenschte afwisseling van kleur te verkrijgen. Het geheele cirkelvormige middengedeelte (…) is beplant met licht- tot donker roode struikrozen. (…) De buitenrand is beplant met voornamelijk rose variëteiten, met tusschenplanting van hoogstammen in verschillende kleuren’ (noot 5).

Verder wordt vermeld dat direct tegenover de ingang drie perken zijn beplant met struikrozen, waaraan de namen van bestuursleden van NJR zijn verbonden. Het middelste vak met de nieuwe donkerrode roos, R. ‘Mevr. Dora van Tets’ genoemd naar de echtgenote van de secretaris, rechts daarvan vond men een perk met R. ‘Jonkheer J.L. Mock’ de voorzitter van de vereniging en links een perk met R. ‘Veluwezoom’, welke roos gewonnen werd door de ondervoorzitter M.J. baron van Pallandt. Het rozenpark was niet uitsluitend met rozen beplant, ook enige sierheesters kregen een plaats, evenals in bijzondere vormen gesnoeide buxus-palmen. De officiële opening van dit eerste openbare rosarium in Nederland vond plaats op 7 juni 1913. Het bleek een succes. De secretaris van NJR meldde met enige trots, dat duizenden het rosarium bezochten.

Vrijwel exact negentig jaar later, op 12 juni 2003, vond wederom een opening plaats na een ingrijpende opknapbeurt. De oude plattegrond is vrijwel gehandhaafd en centraal staat een fraaie fontein in de vorm van een granaatappel. De gietijzeren rozenbogen en het hekwerk zijn wit geschilderd, waardoor de blik van de beplanting wordt afgeleid. Helaas heeft de gemeente gemeend de rond het rosarium staande rhododendronhaag te moeten verwijderen. Het a-historische argument voor deze ingreep is dat de groenblijvende omzoming het zicht vanaf de rijweg op de rozentuin zou belemmeren. Het omgekeerde is nu het geval: vanuit het rosarium heeft men op hinderlijke wijze zicht op het passerende verkeer en de vele verkeersborden. Niettemin is het rosarium een historisch verantwoord juweeltje temidden van de vroeg twintigste-eeuwse bebouwing.

Noten
1. Oldenburger, 1995-2000, deel Oost en Midden pp. 255 en 258-259.
2. Rosarium, november 1912, p. 54. afb. 105 + 106.
3. Ibidem, mei 1910 pp. 34-35.
4. Ibidem, januari 1913 pp. 69-71 en 85.
5. Ibidem, p. 69.


Gidsje ‘Het Utrechts Rosarium’
In 2013 verscheen het gidsje bij uitgeverij Matrijs: ‘Het Utrechts Rosarium, een cultuurhistorische wandeling’ door Rudo den Hartog met medewerking van Andre Jas en Paul van Seters.
De webpagina naar het boekje ‘Het Utrechts Rosarium’ Uitgeverij Mathijs


Tekst en foto’s
Tjitske Brolsma

Meer foto’s vindt u in de Fotogalerij.