30 januari 2021 615 bekeken

Wilde rozen in het Beatrixpark 1961

Het Beatrixpark in Amsterdam werd geopend in 1938 als onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan. Toen circa 7 ha in omvang. Een overzicht van beplanting uit 1961 van de heer C.W.F. (Charles) Haak, die beschreef 3 soorten wilde rozen en in dit artikel een kennismaking met deze rozen én de ontwerpster van het Beatrixpark, mejuffrouw ir. J. Mulder.

Hans Homburg

Introductie

Het Beatrixpark werd onder moeilijke maatschappelijke omstandigheden ontworpen begin jaren dertig. Mejuffrouw ir. J. Mulder, in dienst getreden in 1930 bij de gemeente Amsterdam als adjunct-architecte, begon haar werkzaamheden met een verkaveling met woningen/villa’s in Amsterdam Zuid rondom het Vossiusgymnasium en daarna iets zuidelijker, de aanleg van het Park Zuid. Zij had de opleiding bouwkunde aan de Technische Hogeschool in Delft gedaan in de periode 1918-1926 en daarna enige ervaring opgedaan.
Dit nieuwe parkgebied werd met zand opgehoogd en aangelegd met werklozen en in het voorjaar 1938 geopend en kreeg de naam van de pasgeboren kroonprinses Beatrix. Vanaf 1931 werd er ook al nagedacht over het ‘Boschplan’ (Amsterdamse Bos) met 875 ha en dat werd vanaf die tijd ook ontworpen door mejuffrouw Mulder, de eerste grote uitdaging.
Na 1938 tot haar pensionering in 1966 maakte mejuffrouw Mulder geen groenontwerpen meer, dat werd overgelaten aan de afdeling Beplantingen die over een eigen tuinarchitect beschikte.
In 1952 wordt zij benoemd als hoofdarchitecte en als prof. C. van Eesteren in 1958 met pensioen gaat, wordt zij hoofd van de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken van Amsterdam en gaf leiding aan circa 30 tekenaars (mannen) en had de verantwoordelijkheid voor deze belangrijke afdeling. Realiseerde grote delen stadsuitbreiding naar alle windrichtingen voor wonen, speelplaatsen én recreëren in parken.

Overzicht beplanting Beatrixpark

Welke beplanting vanaf het begin werd geplant is mij niet bekend, maar in 1961 heeft de heer Charles Haak een vrij gedetailleerde inventarisatie gemaakt van bomen, heesters en planten en daar heb ik 3 wilde rozen in gevonden, waarvan één cultivar.
Deze wil ik graag aan u voorstellen, met de schrijfwijze uit 1961.

  1. Rosa moyesii
  2. Rosa omeiensis ‘Pteracantha’
  3. Rosa rubiginosa.

Het is jammer dat er geen motivatie is waarom deze drie rozensoorten zijn gekozen. Dat mejuffrouw ir. J. Mulder het landschappelijke park heeft ontworpen is duidelijk, dat deze rozensoorten er vanaf het begin hebben gegroeid weet ik niet, evenmin of zij deze plantenkeus zelf heeft gemaakt.
Rond 1960 was er al een poos een afdeling Beplantingen met de tuinarchitect F.G. Breman als afdelingshoofd.
De heer C.W.F. Haak die de inventarisatie van planten als liefhebberij had gemaakt wilde graag weten wie het Beatrixpark had ontworpen en schreef een brief aan de gemeente. Hij kreeg van het Hoofd van de afd. Beplantingen een enigszins teleurstellend antwoord op 26 januari 1962. Voor liefhebbers van gemeentelijke antwoorden een ‘historische brief’, lees het op mijn website www.inhetvondelpark.nl/haak-index-beatrixpark bij de knop Historie Beatrixpark.
De kaarten, inventarisatie en botanische tekeningen vindt u daar ook die Charles Haak maakte.
Deze tuinarchitect F.G. Breman was ook betrokken bij de voorbereiding en uitvoering van de Floriade 1972 in het Amstelpark Amsterdam waar een uitgebreide rozenexpositie was aangelegd waaraan veel kwekers medewerking hadden verleend.
Maar nu naar de 3 rozen!

De rozen

Inleiding
De meest aangeplante roos in het park was de Egelantier. Heel begrijpelijk, want deze paste als inheemse wilde roos uitstekend in dit landschappelijke park en trok de aandacht met prachtige bloemen en geur. Het lijkt erop dat de 2 uit China afkomstige rozen beperkt waren aangeplant. Alle drie soorten zijn eenmalige bloeiers in het voorjaar, terwijl de Egelantier ook wel eens zomerse nabloei geeft.
Best een mooie combinatie van 3 soorten; Mandarijnroos met opvallend gekleurde roze-rode bloemen en takken zonder stekels, de Prikkeldraadroos met witte bijzondere bloemen en zeer opvallend grote stekels én de subtiel lichtroze gekleurde bloemen en geur van de Egelantier met echte rozenstekels.


Rosa moyesii
Hemsley & E.H. Wilson (1906) of Mandarijnroos

Deze roos werd omstreeks 1903 ontdekt in zuid-west China in de provincie Sichuan. Het is een flinke opgaande struik tot wel 3 meter met roze of roze-rode open bloemen, weinig geurend. Heel weinig stekels. Blad met 7-13 deelbladen. Solitaire bloemen met 5 kroonbladen met een diameter van 5 cm. Kleur bloemen roze tot roze-rood, bloeit in juni. Bottels zijn rood. De naam refereert naar dominee James Moyes, een missionaris die gestationeerd was in Tatien-lu in China en die behulpzaam was bij de ontdekking. Lijkt erg op de Rosa macrophylla Lindl. (1820) volgens het boek THE GENUS ROSA by Ellen Willmott, F.L.S. Drawings by Alfred Parsons 1910-1911 – Part XI july 14, 1911 pagina 229. Groeit op een hoogte tussen 1.800 en 3.600 meter (6.000 en 12.000 feet).
Foto’s genomen in het Belmonte Arboretum Wageningen van een plant die circa 2 meter hoog was en rijkelijk bloeide op 3 juni 2017. De in Engeland ontstane cultivar met de naam Rosa moyesii ‘Geranium’ (1938) heeft echt donkerrode bloemen, maar geurt niet. Blijft lager dan de wilde soort en daarom beter geschikt voor een kleine tuin.


Rosa omeiensis ‘Pteracantha’
of Prikkeldraadroos.

De hedendaagse naam luidt: Rosa sericea var. omeiensis f. pteracantha.
Deze roos is echt bijzonder met witte bloemen die 4 kroonbladen hebben, niet geurend. Bloeien in mei. Zeer opvallend zijn de vleugelachtige brede platte stekels met scherpe punt. De enige roos uit het geslacht Rosa met 4 kroonbladen en soms toch als hoge uitzondering met 5 kroonbladen. De foto in de ‘slider’ toont de enige liggende bloem aan de struik op dat moment en lijkt ook 5 kroonbladen te hebben.
Als aanvulling (01-02-2021) in de ‘slider’ een bloem die Piet Bakker heeft gefotografeerd in de provincie Yunnan in China en uit dit gebied ook een tak met rode stekels.
De gefotografeerde struik in Belmonte Arboretum Wageningen heeft de naam Rosa sericea var. omeiensis f. pteracantha. Er zijn ook variëteiten met de naam Rosa omeiensis ‘Pteracantha’ die hoger worden.
Het synoniem luidt Rosa omeiensis var. omeiensis f. pteracantha.
De cultivar-aanduiding ‘Pteracantha’ heeft de betekenis van pteron (Gr = vleugel) en akantha (= doorn/stekel), dus vleugelachtige verbrede stekels.
Is afkomstig uit China en geïntroduceerd door E.H. Wilson in 1904.
De Rosa omeiensis is een ondersoort van Rosa sericea.
De afkorting in de naam var. betekend een botanische variatie of variëteit. De f. heeft te maken met de vorm (form) van de stekel.
Aanvulling 01-02-2021 Piet Bakker: Rosa omeiensis is genoemd naar de 3.000 meter hoge berg Omei in de Chinese provincie Sichuan. Het is een heilige berg met meer dan 30 boeddhistische tempels die op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat.


Rosa rubiginosa L. (1771) of Egelantier

Bloemkleur licht roze met een diameter van 4 tot 4,5 cm. Bloemen staan met 1 tot 3 bij elkaar, sterk geurend. Bloeit in juni en soms nabloei in de zomer. De takken zijn gelijkmatig gestekeld met stevige, hakige tot sikkelvormig gebogen stekels of ongelijksoortig gestekeld met hakige en naaldvormige stekels. Steunblaadjes, bladsteel en bladspil met kort gesteelde klieren. Onderzijde bladeren behaard en dicht bezet met kleverige, naar appels geurende, kort gesteelde rode of roodbruine klieren. De geur wordt duidelijk wanneer u het blad kneust en/of fijn wrijft. Bekliering opvallender dan de beharing.
De soortaanduiding rubiginosa (= roestbruin), heeft betrekking op die klieren. De bottels zijn rood en gedeeltelijk bestekeld.
Deze roos is in het verleden ook aangeplant en daarna ‘verwilderd’. Dit is een soort die van oorsprong voorkomt in Europa en de Kaukasus. Kan tot 2,5 meter hoog worden.

De 3 beschreven soorten rozen zijn meestal bij een gespecialiseerde kweker te koop.
Of deze 3 rozen nog groeien in het Beatrixpark is de vraag, waarop ik geen antwoord kan geven. Een mooie klus om dit in het voorjaar te onderzoeken.

Alle foto’s van deze 3 rozen zijn genomen in het Belmonte Arboretum in Wageningen, op 5 maart en 3 juni 2017. Op 01-02-2021 zijn 2 foto’s van Piet Bakker toegevoegd: bloem en rode stekels van de Prikkeldraadroos, beide genomen in China.


Beatrixpark Amsterdam 1961
Foto Polygoon – Collectie Stadsarchief Amsterdam – Guido Gezellestraat, Diepenbrockstraat en het Beatrixpark in de laatste fase van inrichting op 13 mei 1938. Beplanting aanbrengen met behulp van paard en wagen. Gefotografeerd vanaf het Vossiusgymnasium.

Op m’n eigen website staat een overzicht van 12 wilde rozen en/of cultivars die in het Rosarium Vondelpark Amsterdam groeien zie www.inhetvondelpark.nl/wilderozen

Belmonte Arboretum Wageningen – oproep aan vrijwilligers!

Bezoek het Belmonte Arboretum in het voorjaar en sinds kort staat er een oproep aan vrijwilligers die willen meewerken om de collectie rozen te onderhouden. Help mee aan het in stand houden van deze unieke collectie!
Via het hoofdmenu bij nieuws staat uitleg over dit vrijwilligerswerk in de rozencollectie – belmontearboretum.nl

Tekst en foto’s Hans Homburg.
Documentatie uit het Stadsarchief Amsterdam en 1 foto van Belmonte Arboretum Wageningen.

Vorige Snijrozen
Volgende Bloemstillevens

Dit vind je wellicht interessant

Duinroos

Duinroos – Rosa spinosissima L. Deze roos heeft een bijzondere tegenstelling. Bij de bloei in mei en juni heeft de bloem vijf roomwitte of witte kroonbladen, ontstaan uit het half

Kerstdagen en Nieuwjaarswensen 2021

Beste lezer, wij wensen u gezellige Kerstdagen en een gezond rozenjaar in 2021. Namens het bestuur van de Nederlandse Rozenvereniging, Hans Homburg Tegen het eind van het jaar ontvangt onze

Rozen kiezen en planten in de winter

Op 20 maart eindigt de winter pas en rond die datum is de vorst normaal gesproken wel uit de grond en kunt u tuinrozen planten uit pot of eventueel met